De ligging van de kerk

De kerk ligt vrij op een door een haag en een ijzeren hek omsloten grasveld dat in het verleden als begraafplaats dienst deed.
Aan de noordzijde bevindt zich het Marktplein, aan de westzijde ligt het Spijker en aan de oost- en zuidzijde is het omgeven met hoge bomen.
De kerk is georiënteerd met een afwijking van zeventien graden naar het zuiden.

Tegen een driebeukig schip van vijf traveeën (gewelfvakken van een kerk) is aan de oostzijde een koor van twee traveeën, gesloten met vijf zijden van een tienhoek, aan de westzijde een toren met een halfzeskantentraptoren tegen de noord-oostelijke hoek, opgetrokken.

De middenbeuk is, hart op hart der zuilen gemeten, 8.10 meter breed; de zuilen hebben een middellijn van 0.90 meter, de totale breedte van het schip met de zijbeuken is 14.50 meter.

Het schip bestaat uit vier even grote rechthoekige traveeën, elk 5 meter diep en een travee, nagenoeg vierkant (ongeveer 7.50 meter diep) voor in het koor. In de derde travee is aan de noordzijde een ingang gemaakt. Het koor heeft twee rechthoekige traveeën voor de sluiting en een ingang in de oostelijke sluitwand.

De toren, die niet zuiver in de as van de kerk staat, meet buitenwerks ongeveer 5.80 in het vierkant. De totale lengte van het schip en koor, zonder de toren bedraagt binnenwerks 37.25 meter.

De buitenkant van de kerk

Schip
Over een lengte van ongeveer 10.75 meter is het westelijk deel van de noordmuur van het schip tot halverhoogte van de vensters van tufsteen en daarboven van baksteen (form. 29 x 14.5 x 6 – 7 cm., 10 lagen is 80 cm.) opgetrokken. Het overige, oostelijke gedeelte van deze muur is geheel van dezelfde baksteen.
De zuidmuur is opgetrokken van baksteen van hetzelfde formaat als de noordmuur en evenals deze verspringt hij op de halve hoogte van de vensters.
Ter plaatse van het middelste de oorspronkelijke vijf vensters in de noordgevel is een rondbogige ingang met geprofileerde dagkanten aangebracht. De vensters zelf zijn vergroot en rondbogig gedekt, de vroegere steunberen zij weggebroken. Hoofd- en zijbeuken liggen onder één doorgaand dak.

Koor
Het koor is opgetrokken van baksteen (formaat 27 x 13 x 6.5 cm., 10 lagen is 74 cm.) die in de voet tussen de plint en waterlijst onder de vensters wordt afgewisseld door banden van tufsteen. De plint heeft een tufstenen afdekking. Het gedeelte van de bemuring boven de vensterbogen is vernieuwd van kleinere steen.
Tegen de hoeken van de koorsluiting staan eenvoudig eensversneden steunberen, waar de waterlijst omheen is gevoerd. In het oostelijkste muurvlak is het venster aan de onderzijde ingekort en een rondbogige deuropening gebroken, waarvoor een stoepje van drie treden werd gemetseld.

Toren
De toren is geheel van baksteen (form. 24 x 12 x 5.5 cm., 10 lagen is 63 cm.), in kruisverband gemetseld, bestaat uit drie een weinig versnijdende geledingen en wordt gedekt door een achtkantige met leien beklede spits.
In de onderste geleding bevindt zich, aan de westzijde een korfbogige ingang met het venster daarboven gevat in een spitsbogige nis.
De tweede geleding heeft spitsbogige spaarnissen met bakstenen traceringen. In de derdc geleding zijn aan iedere zijde spitsbogige galmgaten aangebracht, waarboven ronde spaarvelden met klaverbladvormige vulling.
Op de vier hoeken van de in later tijd gewijzigde borstwering rond de spits zijn bergstenen ballen geplaatst. De traptoren, gelijkerwijs geleed als de romp van de toren door de omlopende waterlijsten, gaat op tot het midden van de derde geleding en wordt gedekt door een tegen de zuidelijke torenmuur aansluitend polygonaal dak.
Wie met de voorgaande informatie om de kerk loopt, komt tot de ontdekking dat de spits van de toren ca. 5 meter korter is dan vroeger. Dit is een gevolg van de oorlog. In de laatste dagen voor de bevrijding, april 1945, wilden de Duitsers de toren opblazen. Dat is slechts ten dele gelukt. Alleen de spits ging in vlammen op met het onvermijdelijke gevolg dat de klok kapot gevallen is ondanks de proclamatie die nu nog op de ingangsdeur van de toren te lezen is. Die tekst luidt: (zowel in het Nederlands als in het Duits, Frans en Engels):

“Bestemd voor Brakel, 1 klok. Monumentenzorg.
De Nederlandsche regeering heeft een zeer beperkt aantal klokken,
als historische gedenkstukken van de grootste betekenis,
van vordering bijgesteld en richt tot de bevelhebbers der militaire macht
van andere mogendheden het dringende verzoek deze met een M gemerkte
klokken eveneens te sparen.
‘s-Gravenhage 20 IV 1940”.

Was getekend door de minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen en door de minister van Defensie.

Tot 1950 heeft die uitgebrande en ingezakte spits de toren ontsierd, een stille aanklacht tegen zinloze verwoesting.
Met de grote restauratie is de spits hersteld, alleen heeft die nu een hoogte van ca. 32.5 meter tegen ca. 37.5 meter vroeger.
Vanaf het kerkepad is in het galmgat een vierkant invlieggat te zien voor kerkuilen, die de nestkast bij de klok bewonen. Van de vier bergstenen ballen op de hoeken van de toren blijkt er een verdwenen te zijn.

De nieuwe klok
Uit de kapot gevallen klok is weer een nieuwe klok gegoten. Daarop staat het volgende te lezen:
Gegoten door van Bergen, Heiligerlee 1946:
Als brakels klok ging ik te niet
door ‘t springen van de toren
toch zingt hetzelfde brons zijn lied
nog schooner dan te voren.

volgende pagina